Gemeenten ontvangen te weinig budget voor het invullen van beschut werk, blijkt uit nieuw onderzoek. Maarten Gielen, directeur van IBN en bestuurslid van Cedris, maakt zich zorgen: ‘Het is pleisters plakken, er wordt hier en daar een potje opengetrokken zodat we weer een jaar vooruit kunnen.’
De kosten per beschutte werkplek liggen fors hoger dan het bedrag dat gemeenten daarvoor van het Rijk ontvangen. Dat blijkt uit het recente onderzoek dat onderzoeksbureau APE/ Significant uitvoerde voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. SW-Journaal vraagt Maarten Gielen, directeur van IBN en bestuurslid van Cedris, om een reactie.
Wat was de aanleiding voor dit onderzoek?
Maarten Gielen: ‘De vraag kwam in eerste instantie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Beschut werk bleef qua cijfers achter bij wat er in de praktijk aan werkplekken in Nederland gerealiseerd werd. Eén van de vragen was: “Wat kunnen we doen om beschut werk succesvoller te maken?”. Er worden weliswaar elk jaar iets meer beschutte werkplekken gerealiseerd, maar er is vooraf een inschatting gemaakt van het aantal beschutte werkplekken en dat komt dus niet overeen. De basisgedachte was dat het aantal werkplekken beschut één derde van de SW-doelgroep zou zijn. Dan gaat het om circa dertigduizend werkplekken. De vraag daarnaast was op welke wijze beschut werk werd gerealiseerd. Dat moest het onderzoek inzichtelijk maken.’
Wat was uw eigen betrokkenheid?
‘Ik maakte onderdeel uit van de klankbordgroep, samen met een collega van de commissie Besturing & Bekostiging van Cedris. We hebben twee of drie keer aan tafel gezeten met mensen van het ministerie, onderzoeksbureau Significant, Divosa en VNG. We kregen een concept van de onderzoeksopdracht en gaven feedback. Uiteindelijk hebben we het eerste conceptrapport gezien. Daar mochten we onze input op geven – met de kanttekening dat de opdrachtgever, het ministerie van SZW, niet alles één op één overnam van wat wij adviseerden. Het was vooral feedback geven op het onderzoek en het rapport. Er hebben heel veel sociaal ontwikkelbedrijven input gegeven. Wij – dan heb ik het over IBN – hebben aangeleverd wat wij aan aantallen beschut werk kunnen realiseren en wat de kosten per werkplek zijn.’
Hoe betrouwbaar is het onderzoek?
‘Door de omvang van het onderzoek – heel veel partijen hebben input aangeleverd – is de betrouwbaarheid groot. Er is voldoende data opgehaald om een betrouwbaar beeld te kunnen geven. Er is dus een goed beeld van de stand van zaken van het beschut werk in Nederland ontstaan. Een kleine kanttekening is dat er bij een aantal onderzoeksvragen een behoorlijk grote spreiding zat in de antwoorden. Twintig procent van de grootste uitschieters, is buiten beschouwing gelaten om de cijfers betrouwbaarder te maken. Als iemand een hele grote uit- schieter heeft in bijvoorbeeld de netto toegevoegde waarde, dan moet je die buiten beschouwing laten. Die uitschieters zijn namelijk niet echt betrouwbaar als je kijkt naar het gemiddelde. Vanwege het feit dat er genoeg data is aangeleverd door veel partijen konden deze uitschieters ook onvermeld blijven.’
Wat is het belang van het onderzoek?
‘Dat is erg groot. We hebben bij de start van de Participatiewet een aanname gedaan over het belang van beschut werk. Het is relevant om te kijken waarom het nagestreefde doel niet optimaal is gerealiseerd. Waar lopen we in de uitvoering tegenaan? Zeer relevant dus, ook in combinatie met het onderzoek van Berenschot. Dat bureau heeft onderzoek gedaan naar de toekomst van de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Dat onderzoek liep vrijwel parallel met dat van Significant. Je kunt ze ook niet los zien van elkaar. De onderzoeken zijn ook in de conclusies en de aanbiedingen in de Tweede Kamer aan elkaar verbonden. Berenschot heeft meer in brede zin gekeken waar de doelgroep van beschut werk onderdeel van uitmaakt: hoe staat het er voor? Er zijn vervolgens drie toekomstscenario’s geschetst voor de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Beschut werk maakt daar een belangrijk onderdeel van uit. De sociaal ontwikkelbedrijven zijn namelijk vaak uitvoerder van beschut werk. De conclusies hiervan zijn samengevoegd met die van het onderzoek van het ministerie SZW en aangeboden aan de Tweede Kamer.’
Wat zijn de belangrijkste uitkomsten wat u en Cedris betreft?
‘Allereerst de meting van de loonwaarde in Nederland. Mensen die op beschut werk aangewezen zijn, voeren werkzaamheden uit die te weinig netto toegevoegde waarde opbrengen. Hierdoor is de loonwaardemeting en de loonkostensubisdie die je als uitvoerder krijgt ontoereikend om de loonkosten van deze persoon te dekken. Daar leg je dus geld op toe als uitvoerder. ‘Het tweede belangrijke punt is dat je als uitvoerder een begeleidingsvergoeding krijgt. De directe kosten voor de uitvoering van beschut werk kun je daarmee dekken, maar er is geen rekening gehouden met de indirecte kosten waar een werkgever mee te maken krijgt. In combinatie met de toegevoegde waarde die achterblijft zorgt dit ervoor dat het erg ingewikkeld wordt voor een uitvoerder. Het gevolg is een financieel gat van 12.000 euro per werkplek voor de uitvoering van beschut werk.’
Wie moeten er nu in actie komen volgens u?
‘De politiek. Het beschikbare budget van vijfhonderd miljoen euro van demissionair minister Schouten voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen is ontoereikend voor de opgaven waar we voor staan. Dat bedrag is namelijk bedoeld om de Participatiewet, armoedebestrijding én de nieuwe pensioenwet te bekostigen. Maar alleen armoedebestrijding heeft al een kostenplaatje van driehonderd miljoen euro. Dan blijft er tweehonderd miljoen euro voor de Participatiewet en de nieuwe pensioenwet. Dat is niet toereikend. Meer investeren in de Participatiewet is belangrijk om alles dat binnen deze wet valt in kwaliteit en kwantiteit te verhogen. Het is een maatschappelijke investering. Het zijn niet alleen maar kosten. Als wij meer mensen willen laten meedoen in onze maatschappij – ook die met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt –, dan is de vraag “Wat willen we er aan de voorkant aan geld in stoppen?” en “Wat zijn de maatschappelijke besparingen die ons dat oplevert?” Mensen krijgen door werk veel meer structuur in hun leven en blijven niet thuis zitten. Juist door thuiszitten komen ze vaak in de problemen en dat kost de staat uiteindelijk veel meer geld. Maar durven we deze maatschappelijke investering te doen? Als je het mij vraagt, dan moeten we dit realiseren aan de hand van een duidelijke visie. Dat zal de arbeidsmarkt ten goede komen, simpelweg omdat er dan een brug gevormd gaat worden tussen mensen met een afstand tot arbeidsmarkt die bij sociaal ontwikkelbedrijven werken en zich ontwikkelen naar de reguliere arbeidsmarkt. Daar ben ik honderd procent van overtuigd.’
Wat hoopt u dat het effect van het onderzoek op de langere termijn zal zijn?
‘Mensen moeten zekerheid en structuur hebben, ze moeten kunnen meedoen op de arbeidsmarkt. Als er onder meer voor beschut werk een groter budget wordt vrijgemaakt, dan hebben sociaal ontwikkelbedrijven meer mogelijkheden om voor de ontwikkeling van ieder individu te zorgen, waardoor zij eventueel makkelijker en sneller de stap naar de reguliere arbeidsmarkt kunnen zetten.’
Over de langere termijn gesproken. Wat is het gevolg van het feit dat het nog even gaat duren voor er een nieuw kabinet zit?
‘Dat werkt natuurlijk niet mee. Er zijn een paar zaken waar ik me zorgen over maak. In 2019, kort voor de coronaperiode, verschenen er allerlei evaluatierapporten over de Participatiewet. Daarin waren de uitkomsten verwerkt van wat er te verbeteren viel. Vervolgens zijn deze rapporten blijven liggen. Logisch, vanwege andere prioriteiten door de pandemie. Inmiddels is deze periode echter al lang voorbij en zijn de rapporten nog steeds blijven liggen. De rapporten van Significant en Berenschot hebben opnieuw bevestigd dat er een flinke verbeterslag gemaakt moet worden. Maar nu zitten we met het probleem dat het kabinet is gevallen. Wat gaat er nu met de bevindingen gebeuren? Verdwijnen deze weer in de la en wordt alles controversieel verklaard tot het nieuwe kabinet is geformeerd? Dat zou een hele slechte zaak zijn. Ik zie bij veel collega’s van sociaal ontwikkelbedrijven dat het water hen aan de lippen staat. De infrastructuur brokkelt ieder kwartaal een beetje af, omdat er geen heldere keuzes gemaakt worden. Dat moet niet heel lang meer duren. Ik ben namelijk bang dat de kennis en kunde in Nederland op dit gebied gaat verdwijnen. Alles opnieuw opbouwen zou nog veel meer tijd kosten. Nederland is juist een land dat op het gebied van werken met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt veel kennis en ervaring heeft, ook ten opzichte van veel andere landen. Dat hebben we zelf ervaren door bezoeken aan het buitenland. Het wordt echter tijd voor vernieuwing en verbetering. Er moet strategisch worden nagedacht over de manier waarop mensen met een afstand beter kunnen functioneren op de arbeidsmarkt en op welke wijze de kennis en kunde van sociaal ontwikkelbedrijven effectief toegepast kan worden. Zeker gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt – die structureel lijkt te zijn voor de komende jaren – en gezien de maatschappelijke uitdagingen in de zorg, bouw en de energietransitie.’
In een recent artikel in Sociaal Bestek noemt Robert Capel het huidige overheidsbeleid voor de doelgroep beschut werk ‘achterhaald, overbodig en ineffectief’. De doelgroep is beter af als het beleid en de dienstverlening worden overgelaten aan de gemeenten en de sociaal ontwikkelbedrijven, stelt Capel. Ook vindt hij dat demissionair minister Schouten in haar recente Kamerbrief fundamentele keuzes achterwege laat. Wat vindt u van Capels kritiek?
‘Je kunt erover discussiëren, maar naar mijn idee slaat Capel de spijker op zijn kop. Op dit moment is het telkens pleisters plakken. Er wordt hier en daar een potje opengetrokken zodat we weer een jaar vooruit kunnen. Het is pappen en nathouden. Daar moet verandering in komen. De rapporten van Significant en Berenschot geven aan dat we geld tekortkomen om strategisch te werk te gaan, zodat de maatschappij daar in de toekomst de vele voordelen van gaat ondervinden. Het is echt tijd dat er een duidelijke langetermijnvisie gevormd gaat worden.’
Dit artikel is eerder verschenen in SW Journaal 6 uit 2023.