Statushouder vindt vaker werk (én er is nog een lange weg te gaan)

7 september 2023

Het aantal statushouders met een betaalde baan nam in 2022 toe, blijkt uit CBS-cijfers van april. Volgens Cedris bieden veel SW-bedrijven deze doelgroep inmiddels trajecten. ‘Gemeenten denken u veel meer na over de vraag “Kunnen we ons SW-bedrijf inzetten?”’  

Tekst: Stan Verhaag

‘Onze leden hebben een geschikte infrastructuur te bieden, een passende werkplek op het niveau dat iemand aankan, plus begeleiding. Ook beschikken ze over een netwerk van werkgevers die de statushouder betaald werk kunnen bieden. Bovendien werken ze vaak samen met taalinstituten of bieden ze zelf taalverwervingscursussen aan.’ 

Aan het woord is Heleen Heinsbroek, senior beleidsadviseur wetgeving en nieuwe doelgroepen bij Cedris, vereniging voor een inclusieve arbeidsmarkt. Zij legt uit hoe het komt dat SW-bedrijven zich de afgelopen jaren steeds meer zijn gaan inzetten voor statushouders. ‘En wat natuurlijk ook meespeelt,’ voegt ze eraan toe, ‘is dat er steeds meer statushouders zijn in ons land. En dat gemeenten hier sinds 2022 een grotere verantwoordelijkheid in hebben.’ 

Wet inburgering 

Statushouder word je wanneer je als asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt. Het aantal statushouders in Nederland met een betaalde baan nam in 2022 toe vergeleken met 2021. Dat blijkt uit cijfers die CBS in april vrijgaf. Ook zijn minder statushouders afhankelijk van een uitkering; werk is steeds vaker hun belangrijkste bron van inkomen. Uit de CBS-cijfers blijkt dat 45 procent van de groep die vanaf 2014 naar Nederland zijn gekomen, betaald werk had in 2022. De afgelopen jaren vinden statushouders ook steeds sneller een baan. Zo had bijna 20 procent van de asielzoekers die in 2019 een verblijfsvergunning kregen, na tweeënhalf jaar een baan (van de groep- 2014 was dat nog 11 procent). Eén van de redenen voor deze toename is volgens hoofdsocioloog Tanja Traag van het CBS dat asielzoekers de laatste jaren sneller door de procedures komen: ‘Het lukt sneller om de juiste papieren te krijgen en de taal te leren, waardoor ze sneller aan het werk komen,’ zei ze in het NOS Radio 1 Journaal. Daarnaast benadrukt ze dat er op dit moment veel arbeidskrachten worden gevraagd. 

Duale trajecten 

Volgens Heleen Heinsbroek bieden veel SW-bedrijven statushouders zogenoemde duale trajecten: je leert de taal én je gaat aan het werk. Ze stelt ook vast dat steeds meer leden taalondersteuning bieden; Heinsbroek schat dat dit geldt voor zo’n veertig procent van de bijna honderd SW-bedrijven in Nederland. 

Al met al constateert Heinsbroek dat het gebruik van SW-faciliteiten door statushouders een vlucht heeft genomen: ‘Voorheen moesten deze mensen bij wijze van spreken zelf hun inburgeringstrajecten bij elkaar scharrelen en hun weg zien te vinden tussen allerlei aanbieders. Sinds de nieuwe Wet inburgering – van kracht sinds 1 januari 2022 – zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering van statushouders. Het gevolg is dat ze de regie houden over het aanbod en nu ook veel meer nadenken over de vraag: “Kunnen we voor deze doelgroep ons SW-bedrijf inzetten?”’ 

Drie leerroutes 

Die nieuwe Wet inburgering is dus (naast de beschikbaarheid van faciliteiten en het toegenomen aantal statushouders) de derde reden dat het huwelijk tussen statushouders en de SW zo gelukkig is. Bovendien zijn binnen die wet de regels minder streng geworden. Kansrijke asielzoekers krijgen vanaf dag één in het asielzoekerscentrum al Nederlandse les en kunnen makkelijker met (vrijwilligers)werk starten. En ook als je nog niet weet of je in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning, mag je gedurende 24 weken per jaar een beperkt aantal uren aan de slag. Een ander gunstig effect van de nieuwe wet is dat er nu drie leerroutes mogelijk zijn om in te burgeren. Dat maakt het makkelijker om maatwerk te bieden: - De B1-route; een route voor taal en (vrijwilligers)werk. Inburgeringsplichtigen spreken en schrijven binnen maximaal drie jaar de Nederlandse taal op niveau B1. Tegelijkertijd kunnen zij meedoen door (vrijwilligers)werk. - De onderwijsroute; een route vooral voor jongeren. Zij leren de Nederlandse taal op niveau B1 of hoger. Ook worden zij voorbereid op het volgen van een mbo-, hbo- of universitaire opleiding. - De zelfredzaamheidsroute; een route voor inburgeringsplichtigen waarvoor route 1 en 2 te moeilijk is. Zij leren de Nederlandse taal op een lager niveau (A1-niveau). Deze mensen worden op een eenvoudige manier voorbereid om mee te doen in de Nederlandse samenleving. 

Volgens Heleen Heinsbroek is deze laatste route een mooie optie voor statushouders met een wat lagere opleiding of met een psychische kwetsbaarheid: ‘Zij zijn niet altijd toe aan intensief onderwijs. De zelfredzaamheidsroute biedt dan uitkomst, want daarin staat participatie centraal en worden op het niveau van de statushouder passende activiteiten aangeboden.’ Ook dan kunnen SW-bedrijven een rol spelen, aldus Heinsbroek: ‘Onze leden kunnen prima faciliteren dat statushouders wegwijs worden gemaakt in ons land, dat ze de weg leren kennen.’ 

Eén-tweetjes 

Uit de KIS-monitor 2022 (KIS staat voor Kennisplatform Inclusief Samenleven) bleek in november vorig jaar dat 94 procent van de gemeenten – in wisselende mate – duale trajecten inzet. Volgens de monitor van 2022 klopt slechts 23 procent van de gemeenten hiervoor met succes aan bij reguliere werkgevers. Gemeenten realiseerden deze plekken het vaakst in vrijwilligerswerk (42 procent) en bij/ via SW-bedrijven (40 procent). Hoe zien de één-tweetjes tussen SW-bedrijven en statushouders er in de praktijk uit? We illustreren het aan de hand van vier projecten: 

Participatiebanen inburgering 

WSP Leerwerkpunt – onderdeel van het Werkgeversservicepunt Noordoost-Brabant – startte in maart vorig jaar een nieuw leerwerktraject naar aanleiding van de Wet inburgering: ‘Participatiebanen inburgering Noordoost Brabant’. Met het leerwerktraject doet de statushouder naast zijn of haar inburgeringstraject werkervaring op bij een bedrijf met behoud van uitkering. Het traject duurt drie tot zes maanden en biedt daarna een parttime baangarantie. Een groep van veertien statushouders uit de gemeente Land van Cuijk startte bij Center Parcs, acht statushouders uit Meierijstad volgden het leerwerktraject onder andere binnen logistiek en facilitair. 

Zorgbanen in Smallingerland 

In augustus vorig jaar maakte Caparis bekend dat het samenwerkt met Partisan Medical Mercenaries, een in Drachten gevestigd bedrijf dat statushouders en buitenlandse zorgprofessionals begeleidt naar een baan in de zorg. Een deel van de statushouders heeft wel oren naar werken in de zorg en wil graag een traject volgen dat leidt tot een baan in deze sector. Partisan is gespecialiseerd in re-integratietrajecten voor de zorg. Caparis wil daarom de kennis en expertise van Partisan gebruiken om maatwerk te leveren aan statushouders. Bovendien draagt de samenwerking bij aan een oplossing voor het tekort aan zorgpersoneel in Smallingerland. De gemeente Smallingerland heeft ingestemd met de samenwerking. 

Glaszettersopleiding 

In februari van dit jaar ging Vluchtelingenwerk Nederland een samenwerking aan met Bouwend Nederland Vakgroep Glas. Het resultaat is een glaszettersopleidingstraject waaraan in eerste instantie twee statushouders namens Werkbedrijf Lelystad meedoen. De aanleiding voor dit traject was de grote vraag naar personeel in de glasbranche. ‘Aan de andere kant zijn er veel statushouders met technische talenten die een vak willen leren en aan de slag gaan,’ zegt Werkbedrijf Lelystad, dat liet weten erg enthousiast te zijn over dit opleidingstraject. Daarvoor zijn verschillende redenen: 

  • Het taalniveau en tempo is in reguliere opleidingstrajecten vaak te hoog.
  • Tijdens de inburgering wordt normaliter geen vaktaal geleerd, zoals namen van gereedschappen en handelingen. 
  • Het reguliere VCA is vaak moeilijk te behalen. 
  • Cultuurverschillen in communicatie en werknemersvaardigheden bemoeilijken succesvolle instroom op de arbeidsmarkt. 
  • Opleiden vraagt het nodige aan geduld en inzet van de begeleidende collega’s en werkgevers. 

De twee kandidaten van Werkbedrijf Lelystad zijn gestart met een vijfweekse theorieopleiding VCA in Utrecht. Daarna begon de praktijkopleiding van acht weken aan het Kenniscentrum Glas in Amersfoort. De laatste fase is een werkervaringsplek van circa drie maanden. ‘Eén van de kandidaten heeft inmiddels een werkervaringsplek in Almere,’ zegt Werkbedrijf Lelystad, ‘voor de andere kandidaat zijn de vooruitzichten positief. Beiden zijn erg blij met dit leerwerktraject en hopen straks met een contract als assistent glaszetter door te stromen naar een betaalde baan.’ 

Werken aan werk bij Novatec 

Eind maart ging bij Novatec – het sociaal ontwikkelbedrijf van de gemeente Westerkwartier in de provincie Groningen – het project ‘Werken aan Werk’ van start. Wethouder Marjan Sijperda verzorgde de aftrap. Werken aan Werk biedt statushouders een veilige plek voor hun inburgering. Sijperda: ‘Bij Novatec werken deze mensen in een veilige omgeving. Ze leren hoe het is om te werken in Nederland. Ook leren ze op de werkvloer Nederlands te spreken. Dit is van belang om mee te kunnen doen in onze samenleving.’ De statushouders werken maximaal zes maanden gemiddeld één tot drie werkdagen bij Novatec. Na deze periode moet de Nederlandse taalvaardigheid zijn verbeterd. Ook zijn ze dan beter in staat om aan het werk te zijn op een Nederlandse werkplek. Bij Novatec gaan de statushouders aan de slag op de afdelingen Inpak, Catering/Schoonmaak, Kringloop en Kwekerij. De deelnemers krijgen hulp van een taal- en jobcoach, die uitleg geeft over het werk en de deelnemers werknemersvaardigheden en wenselijk gedrag op de werkvloer leert. 

Statushouder vindt vaker werk

Addertje onder het gras 

Bij alle goede voorbeelden en positieve cijfers zit er wel een addertje onder het gras: de werkloosheid onder statushouders is nog altijd fors hoger dan onder de rest van de Nederlandse beroepsbevolking. Er is nog een lange weg te gaan. Waarom dat zo is, konden we ten dele al lezen in de eerder genoemde KIS-Monitor 2022. Een van de conclusies luidde: ‘Het betrekken van werkgevers is een uitdaging. (…) Het is gemeenten in de praktijk nog niet in die mate gelukt afspraken met werkgevers te maken om aan de participatiecomponent in de B1-route gestalte te geven. Volgens 32 procent van de gemeenten zijn er onvoldoende participatieplekken beschikbaar om de participatiecomponent binnen de B1-route vorm te kunnen geven. Het motiveren van werkgevers is hierin een belangrijke component. Gemeenten ervaren dat werkgevers soms niet openstaan voor inburgeraars omdat zij de taal nog niet of onvoldoende beheersen. Werkgevers kunnen of willen de extra begeleiding die in zo’n geval nodig is niet altijd bieden.'

'Gemeenten zien ook uitdagingen als het gaat om de kwaliteit van de participatieplekken, specifiek of er voldoende mogelijkheden zijn om op de participatieplek daadwerkelijk te kunnen oefenen met de taal. Ook het “matchen” van de beschikbare plekken met de inburgeraars is een uitdaging: enerzijds vanwege praktische zaken als reistijd/- kosten en het afstemmen op de tijden van de taallessen, maar ook omdat de plekken niet altijd aansluiten bij de wensen en ambities van inburgeraars.’ 

Plan van Aanpak 

Minister van Gennip stelde in maart een Plan van Aanpak op om de processen verder te verbeteren en statushouders sneller betaald aan de slag te helpen. Ze deed dat overigens onder druk van de Tweede Kamer, die afgelopen najaar een motie van de SP en het CDA aannam waarin het kabinet werd opgeroepen meer statushouders van werk te voorzien. 

Zo wil de minister voor statushouders die van de AZC-opvang verhuizen naar een gemeente zogeheten ‘startbanen’ creëren, waarin betaald werk en het leren van de Nederlandse taal hand in hand gaan. De minister meldde dat enkele gemeenten en regio’s – waaronder WSD Boxtel – inmiddels eerste ervaringen opdoen met startbanen. In meer gemeenten en regio’s krijgt dat navolging. 

Verder kondigt de minister aan dat ze voor statushouders, werkgevers en gemeenten allerlei praktische belemmeringen wil aanpakken. Het gaat dan om onder meer erkenning van diploma’s, (vak)taal op de werkvloer, culturele verschillen en begeleiding naar en op het werk. Het kabinet wil praktijkleren in het mbo stimuleren en werkgevers beter voorlichten over het in dienst nemen en opleiden van statushouders. Ook wordt informatie over leren en werken voor de statushouders zelf verbeterd. Over hoe het plan van aanpak verder wordt uitgewerkt, stuurt de minister vóór de zomer een vervolgbrief. 

Interessante doelgroep 

Tot slot terug naar Cedris. Dat steunt de kabinetsplannen om extra in deze groep te investeren en om daarbij de uitvoering verder te ondersteunen: ‘Betaald werk vergroot de kans op participatie en op integratie en, zo schrijft de minister terecht, daarvan profiteren zowel de statushouders, de arbeidsmarkt als de hele maatschappij. Bij deze krappe arbeidsmarkt zijn statushouders immers een interessante doelgroep. Het is zonde als we statushouders onnodig langs de kant laten staan of werk laten doen waarin hun kennis en vaardigheden onderbenut blijven!’ 

Dit artikel is eerder verschenen in SW Journaal 4 van 2023.

Altijd op de hoogte blijven?